Van de kogel en de kerk.

“Als arme mensen zich moesten gedragen zoals de rijken nu, dan zou de mondiale opwarming nog versneld worden en vrijwel zeker tot een omvangrijke catastrofe leiden.” (Peter Singer)

Woensdag 13 maart 2019.

KP1040983
Steeds hoger op de lijst.

 Het regent bijwijlen bij bakken, en dan schijnt weer even de zon. Een constante: de wind. Sinds die vorige zaterdag tot een nationale ramp werd uitgeroepen is hij nadrukkelijk aanwezig gebleven. Dat houdt in dat op mijn dagelijkse toertje de wind de eerste helft tegen zit, de tweede helft mee. Dat komt goed uit. Alleen deed ik vandaag mijn toertje in de tegenovergestelde richting, dat hield in dat ik op de terugweg op sommige plekken maar tegen tien kilometer per uur meer vooruit kwam. Ergens tussen een rij appartementsgebouwen, slaat hij plots in volle kracht neer. De reden door dit alles was een pakje speculaas. Vorige maandag was ik in een koffiebar/bakkerij, die op mijn vast rondje ligt, iets gaan drinken. Ik had er voor mijn vrouw een pakje speculaas gekocht. Zo’n sjiek in mica verpakt, met een strik er rond. Maar groetend en mijn jas aantrekkend en mijn portefeuille opbergend en naar mijn sleutels tastend en mij achter het tochtgordijn een weg naar buiten banend, was ik dat pakje op de toonbank geheel vergeten. Het was op het moment dat ik mijn fiets thuis parkeerde dat ik het ineens vrij zeker wist, ik ben mijn speculaas vergeten. Ik heb snel naar de bakkerij gebeld, gisteren was die gesloten, dus ben ik vandaag mijn pakje gaan afhalen, en zo deed ik mijn toertje andersom. Verrassend altijd hoe ik dan op kruispunten niet meer weet waar ik heen moet en soms pas na vijfhonderd meter besef dat ik verkeerd zit. Ik doe dat wel eens vaker, een toertje andersom, de alertheid testen.

Ondertussen heb ik wat kogels door kerken gejaagd. De lethargie maakt steeds meer plaats voor rusteloosheid. Aanvankelijk dacht ik dit jaar naar Gibraltar te fietsen, en liefst ook terug. Maar dan zou ik half april, ten laatste begin mei moeten vertrekken. En de voorbereidingen zijn te traag op gang gekomen en bovendien moet ik nog wat aan mijn conditie werken. Er zit nog een bezoek aan de neurochirurg aan te komen, misschien met enige sessies kine. Het was spannend in de kop, het wrong, het zat nog niet goed. Dus heb ik besloten om het een beetje als vorig jaar te doen. Eerst maar eens kijken of het fietsen over lange afstanden goed zit. Ik zal maar beginnen met een toertje Nederland. Kan ik mij daarna weer opwinden over de staat en vooral de inrichting van onze fietspaden. Misschien later de Ardennen en met mijn vrouw kan ik dan ook nog een weekje gaan kamperen. En in dat licht heb ik mijn lange reis bijna uitgestippeld. Dat Gibraltar uitstellen, zit me niet helemaal lekker, want ik besef hoe ouder ik word hoe groter de kans dat mooie plannetjes in het drijfzand van een ongemak, of erger, verzinken.

Wat blijft zijn kloosters en abdijen. Niet te veel steden, zeker geen al te grote. Het doel ligt wat dichter, nl. de Pyreneeën. Het is alweer jaren geleden dat ik daar nog doorfietste. Toen ik naar Santiago – reed in 1993 was dat – kwam ik daar twee Duitsers tegen die een tocht maakten door de Pyreneeën, van oost naar west. Met dat plannetje in gedachten ben ik aan de slag gegaan. Doornik lijkt mij een mooie plaats om te vertrekken, bijna onze stadstaat uit. Al zou ik ook door de Scheldevallei tot daar kunnen fietsen. Ik wil, net als vorig jaar, westelijk van Parijs naar het zuiden rijden, stukje Bretagne meepikken. In Lourdes wil ik dan terecht komen. Ik wil dat oord van gezalfde godvruchtigheid en mirakels, dat ik ooit in mijn jeugd bezocht, tijdens een reis door Frankrijk met de VAB, nog wel eens zien. Maar ook zijn de Pyreneeën daar goddeloos mooi. Daar de bergen over en vervolgens door de Spaanse Pyreneeën naar het oosten. Het monasterio Monserrat wil ik zo bereiken en dan op, terug de bergen over waar nog twee abdijen redelijk spectaculair aan rotswanden gekluisterd liggen. Ergens in de Auvergne heb ik zelfs een hermitage gevonden. Klein smal weggetje de bergen in. Ik heb een lijst gevonden met alle Franse kloosters en abdijen der verschillende orden. Honderden. Daar zijn er bij waar natuurlijk geen steen meer van overeind staat, allemaal kan ik ze toch niet zien en een deel heb ik al gezien. Maar er liggen er genoeg op mijn weg. Bovendien overdaad schaadt, ook in de godsvrucht. En ook dat nog, ik wil terug wat Spaans leren, een van de talen waarin ik mezelf op twee taal-krukken kon behelpen, alweer meer dan twintig jaar geleden.

KP1010547
De Seine-vallei – Les Andelys. (Mei 2018)

Ondertussen blijf ik nog door mijn foto’s van vorig jaar dwalen, verbeteren rangschikken. Ik stelde vast dat het mooi was in de Seine-vallei, en in de Ardennen en op weg tussen Charleroi en Verdun. Ik zet mijn geraniums buiten, stenen uit de grond vriezen zal het wel niet meer doen, en dan nog, ze begonnen te veel last te krijgen van het binnen staan. Waterstekken, tijd om terug wat steviger te worden. Naar de Pano over fietsen gekeken, misschien moet ik mijn brief aan Ben Weyts van vorig jaar nog eens op het net gooien.

Donderdag 14 maart 2019

Het regent, zonder ophouden. Dat zal het grondwaterpeil alleen maar ten goede komen. Het water in de plas achter het UZ stijgt. Zal ik me in pakken en gaan fietsen?

Categorieën reizen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit:
search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close