Geen olifant in mijn tuintje.

Vrijdag 8 maart 2019 – vrouwendag.

“Nu is er ondanks alle gepraat, ondanks alle alarmerende rapporten, nog geen varken minder” (Robert Long)

De laatste dagen struin ik veel door mijn foto’s. Er zijn er nog een heel deel die moeten verbeterd worden en zo dwaal ik door vervlogen fietstochten. Charleroi-Verdun-Charleroi, klinkt als een voorjaarsklassieker. Zowat een jaar geleden. Ik probeer de sfeer op te roepen, de geuren, de geluiden. Het zal mede daarom zijn dat ik die plekken wil zien, ook al zijn er miljoenen mooie en minder mooie foto’s van zo ongeveer alles op aarde en zelfs daarbuiten, de geuren en geluiden mankeren. Ondertussen rijd ik elke dag mijn 20 km. soms al wat meer. Maart en winderig, soms regen. Maar dat is goed. De natuurlijke vijver achter het UZ, begint stilaan weer vol te lopen, al mag er gerust nog wat water bij. Lang heeft die plas leeggestaan. Tot zeker half januari. Daarna ben ik er een tijd niet langs kunnen komen, maar nu staat er weer water in, tot grote vreugde van de reiger. Sommige vroege bloeiers staan open of bijna in bloei. Twee grote Magnolia’s aan de villa’s in de straten waren de rijke luizen huizen, beginnen kleur te krijgen. Binnen een week staan ze vast helemaal open, korte overweldigende schoonheid. De bloei gaat vaak al meteen gepaard met het vallen van de bloemblaadjes onder een gure voorjaarswind.

1010156
Picardië – maart 2018

Ik las een artikel over “flow” op de fiets. En dat je op de fiets vaak de beste ideeën krijgt. Dat ondervind ik aan den lijve. Al dagen wil ik een schriftje meenemen op mijn nog korte tripjes, want vaak zit ik op mijn fiets dingen te bedenken en te schrijven, mompelend tegen mezelf. Dat valt tegenwoordig niet meer zo op gezien iedereen nu wel in zijn smartphone zit te mekkeren. Maar tot hiertoe vergeet ik het. Thuis ben ik al die zinnen en ideeën dan kwijt. Klaarleggen nu.

Verder las ik dat één van onze wolven wat schapen heeft doodgebeten. Was het Wodan of Godiva, dat laat ik in het midden. Ik herinner mij een verhaal van mijn zoon die in Zweden woont. Daar lopen wat meer van die beesten rond dan hier. Ze hebben daar ook geen naam. Hij woont in een klein gehucht ergens in de Zweedse bossen. Hij vroeg mij eens:”Wie denk je dat er voor de wolven zijn?” – “Iedereen toch!?” – “Die groene jongens van Stockholm. Hier op de buiten zijn ze er niet zo voor.” “Hoe komt dat zo?” vroeg ik. Hij vertelde me dat een wolf (of meer wolven) in een wei van een kennis van hem even te keer was gegaan. Veertig schapen, er waren er bijna dertig doodgebeten, waarvan een deel half opgepeuzeld. De rest van die dutsen was door de omheining gegaan en beneden in een rivier gesukkeld. “Die hebben ze allemaal moeten afmaken, de dierenarts had gezegd dat die beesten, naast sommige kwetsuren, zo gestresseerd waren dat ze toch het loodje zouden leggen.” Normaal doet een wolf zoiets niet, maar in zo’n omheinde ruimte worden die schapen zot van de schrik en die wolf zot van al dat gewemel. Die schapen kunnen niet weg dus blijft die wolf maar in het rond happen. Het merendeel van die schapen was drachtig. Wolven hebben rondtrekkende kuddes nodig, zonder omheining, waar ze dan de zwaksten, de gepensioneerden zeg maar, de mankepoten, kunnen uitpikken en vervolgens oppeuzelen. Maar daar heb je enorme gebieden voor nodig. Het zal altijd moeilijk zijn voor de mens om met een stuk wildernis samen te leven. We zien dat graag in documentaires en wildparken, maar toch liever geen olifant in ons groentetuintje.

 

Categorieën reizen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit:
search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close