(Kreta) De berg af.

Stilaan reed ik de bergen uit en kwam in de vruchtbare heuvels en vlakte rond Iraklion. Ik treuzelde wat, bekeek de kaart om te zien of ik niet nog even een ommetje kon maken. Maar dat bleek moeilijk en bovendien was de rek eruit. Dat gaat zo als een reis ten einde loopt. Een zekere weemoed komt bovendrijven, tempert als een olievlek op het water de golfslag. Vogels in pek raken niet meer uit de blubber. Ik moest een heel eind langs een net aangelegde asfaltweg. Iets wat wel vaker voorkomt in het zuiden. De weg was opgespoten met vloeibaar pek en daar waren steentjes in gegooid.  De hele zwik bleef hardnekkig aan mijn banden kleven en ratelde tegen mijn kader. Ik was vooral bang om weer eens lek te rijden en zo’n plakkerige band afhalen en herstellen was niet iets waar ik op dat moment naar uit keek. De woestheid van de bergen werd vervangen door een zalvend vruchtbaar en relatief  groen landschap.

UDSC_0018

Wijngaarden en olijfgaarden. Ik reed er loom door, trapte lui bergop en liet me zachtjes drijven als het bergaf ging. Ik hing bij momenten wat lusteloos over mijn stuur. Ik ging koffie drinken en bleef lang in bars hangen en las veel. Hobbits in troosteloze grimmige landschappen.

Tegen de late namiddag was ik in Knossos. Knossos en de Lassithi hoogvlakte. Twee dingen die je moest gezien hebben als je naar Kreta ging. Dat was ook duidelijk toen ik aan de ingang van het archeologisch park arriveerde. Ik stalde mijn fiets en betaalde de inkom. Van alle archeologische terreinen op Kreta was Knossos wel het grootste en belangrijkste. Nu gebeurt het wel eens meer, in Turkije had ik het zelf gezien, er ligt daar een reusachtige voorraad fijne stenen, mooi in vorm, sommige nog op elkaar gestapeld, er is nog een trap en een paar zuilen herkenbaar. Maar het materiaal, de stenen kunnen best nog gebruikt worden om iets nieuws mee te bouwen.  Zo gebeurde, vooral eind achttiende en negentiende eeuw met de stenen van het paleis van de legendarische, mythologische, koning Minos.

UDSC_0003

Tot in 1878 Arthur John Evans zich de moeite getrooste om eens te gaan kijken wat voor gebouw hier had gestaan, alvorens alle stenen die hier lagen aan nieuwbouw waren opgesoupeerd. Geen gek idee, want alras bleek dat het hier ging om een reusachtig Minoïsch paleis. Er werd aardewerk gevonden en sieraden en het beroemde stierenfresco. Het ding was er zo’n 4000 jaar geleden neergezet en er hangt een hele waas van mythes rond. Evans bouwde het paleis gedeeltelijk terug op, wat houten balken waren geweest, verving hij door staal en beton, zijn werkwijze is later op heel wat kritiek gestuit. Maar goed ik kreeg er een indruk van wat zich hier ooit had ontrold. Later die avond vond ik in het pension, waar ik nog twee nachten verbleef, een maquette van dat paleis, die toonde hoe het er in zijn geheel kon hebben uitgezien. Dat vond ik eerlijk gezegd boeiender en meer fascinerend dan de ruïne zelf. De maquette maakte meer indruk, mijn fantasie werd er net iets meer door geprikkeld. Het pension lag en eindje buiten het centrum, in een beetje een troosteloze omgeving, tussen andere betonnen Griekse koterij.

UDSC_0013

Maar het was goedkoop en de hele setting paste bij het einde van mijn tocht. Ik sliep weer in een bed, na eerst in de buurt in een very local restaurant te hebben gegeten. Licht tipsy ging ik liggen, las nog wat en sliep slecht. Altijd merkwaardig, een mens keek dan uit naar een echt bed, maar eens je daar dan in lag wou slaap niet komen. Ik kon vanaf mijn kleine balkon de vliegtuigen op de nabijgelegen luchthaven zien landen en opstijgen. Het ene na het andere. Ik zag er eentje landen en toen die bijna beneden was terug omhoog gaan en na een brede bocht boven de zee terugkomen. Overmorgen was het mijn beurt. Graag in één beweging de hoogte in.

De dag nadien was een luie dag. Ik sliep tot negen uur, ontbeet en reed naar Iraklion, via een ruime luie omweg door de wijngaarden. Maar het was alsof de geweldige conditie die ik had opgebouwd uit mijn lijf liep en zich vermengde met het wakke asfalt. In de stad bezocht ik het archeologisch museum. Best een mooie collectie maar ik ben snel uitgekeken op vazen en flesjes en verhakkelde juwelen. Ik krijg altijd een gevoel van stoffigheid gepaard gaande met een zekere amechtigheid bij het dwalen door zulke collecties. Het bleef warm. De man in het pension had gezegd dat het eigenlijk te warm was voor de tijd van het jaar, en te droog. De stad zelf was druk en stoffig maar bood veel gelegenheden om te eten te drinken en rond te hangen. De haven hield ik voor morgen, want om 19.00 u. was mijn vlucht en om 10.00 u. moest ik de kamer uit. Dus ik had nog een hele lamme dag voor me. Net voor zonsondergang reed ik terug naar mijn pension. De vliegtuigen bleven gestaag opstijgen en landen.

Categorieën reizen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit:
search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close