(Kreta) Nog eenmaal de bergen in.

Alweer vroeg in de ochtend kroop ik achter het kapelletje uit en zette mijn tocht verder. Ik daalde de pad verder af richting zee. Aanvankelijk was het weer behoorlijk fris. Dat duurde altijd tot de zon vanachter de bergen kwam en de schaduwen oplosten in de warmte van de komende dag. In de late voormiddag kwam ik aan in Limenas Chersonisou, een toeristengat aan de zee. Geen vissershaven hier, maar jachten, plastic boten dus, al dan niet met zeil. Aan de haven allerlei gelegenheden met terrassen en palmbomen. Ook de hoofdstraat was duidelijk ingericht op al dan niet nachtelijk vermaak. In een van die gelegenheden ging ik een kop koffie drinken en ontbijten. De ober keek wat bedenkelijk omdat ik een dubbele Griekse koffie vroeg. Ik zat op een terras in een zetel met kussens, uitzicht op de haven. Zoals steeds probeerde ik hier rustig te blijven zitten en van het uitzicht te genieten. Rond kijkend en luisterend leek het hier wel een Hollandse kolonie te zijn. Sommige nachtinstellingen bleken zelfs een Nederlandse naam te hebben. Maar eens mijn koffie en glas water, dat je er altijd bij geserveerd kreeg, leeg en mijn ontbijt verschalkt, nam mijn innerlijke onrust het alweer over. Ik rekende af, kreeg zelfs een bonnetje, en struikelde bij de hoge prijs bijna over een van die kussen-zetels. In mijn hoofd zit vast gebeiteld dat ik alleen al voor die koffie 60 BF betaalde – kon ik zien op het bonnetje – terwijl dat door de band 20 BF was. Maar ik had dan ook in een zetel met kussens gezeten en dat was dagen geleden. Ik had het gevoel dat ik dat circus snel achter me moest laten en vluchtte voor de laatste keer de bergen in.

TDSC_0011

Ook hier reed ik nog eens door een gebied dat grijs en zwart geblakerd was. Vaker op deze reis had ik door zulke verbrande stukken gereden. Je hoorde soms in de verte sirenes en ook helikopters vlogen dan over, er was dan weer ergens een brand uitgebroken en de brandweer rukte dan uit met groot materiaal. Je zag dan ergens in de verte een rookpluim. De branden bleven meestal beperkt, al dacht ik soms wel eens, stel dat ik ’s nachts door zo’n brand verrast word. Naar mijn gevoel stookte de Kretenzers soms ook wel onverantwoord vuurtjes om rommel te verbranden.

TDSC_0017

Ik stopte aan een bar in de bergen. Het was een oude huis met afgebladderde voordeur. Een oudere vrouw maakte er de dienst uit. Terrasje met wat kramakkelijke stoelen en oude tafeltjes. Ik vroeg een koffie, een dubbele Griekse zoals steeds. De vrouw verdween naar binnen. Even later kwam ze naar buiten met een koffie, een glas water, een bordje noten en een borrel raki. Ze vond dat ik dat goed kon gebruiken als ik nog verder moest klimmen.

Kasteli was ook weer zo’n mooi dorp in de bergen dat mij wat aan Fourny deed denken, witte kerk en kapellen, met rode pannen daken. Daar ging de weg naar het westen verder. Ik was er stilaan van doordrongen dat mijn dagen op Kreta geteld waren. Op 22 oktober ’s avonds ging mijn vlucht terug naar huis. Het was nu 19 oktober. Ik overnachtte nog één keer in de bergen.

UDSC_0007

Op 20 oktober ging het onherroepelijk terug naar de kust, naar Iraklion. Morgen begon de laatste afdaling.

Categorieën reizen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit:
search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close