(Kreta) Op naar Lassithi.

 

Ik werd vroeg wakker, de zon was nog niet helemaal op. Maar aan de kust koelde het niet af zoals in de bergen. Het was nog niet helemaal licht toen ik al op mijn fiets zat. Terwijl de zon haar dagcurve verder inzette en het leven zich op gang trok reed ik door een zwoele ochtend en kwam ik al snel in de haven van Elounta. Epano Elounta was naast een toeristenstadje ook een vissershaven. Er lagen heel wat visserssloepen aan de kade. Het was er al druk, bestelwagens die vis ophaalden reden af en aan. Ik vond een bar, waar alleen maar Kretenzers – vooral vissers – kwamen. Het weer was zo’n betonnen lokaal, waar weinig aan gezelligheid werd gedaan onder de vorm van schilderijtjes, en andere kitscherige versierselen. Hier golden Kretenzische normen. De aanwezigen, die mij aanvankelijk toch wat achterdochtig en verbaasd aankeken, zorgden hier voor de gezelligheid. Het was een nogal luidruchtige bedoening. Ik dronk er koffie at er brood met feta en honing. Al snel lette niemand meer op mij, ik werd een stuk van het decor. Dat voelde goed aan, want geaccepteerd. Ik hing wat rond in het haventje, terwijl de zon de boel alsmaar stringenter opwarmde. In haventjes als dit kwam ik graag. Waarom weet ik niet. Misschien had het iets te maken met aankomen, met thuiskomen, beschutting. Vissers en vissersboten en de zee op, hebben mij altijd gefascineerd. Al dorst ik niet ter kaap’ren te varen want zelfs op een licht schommelende boot voelde ik mijn ingewanden al opstandig worden.

SDSC_0048
De haven van Elounta.

Nog even volgde ik de kust tot Kato Pines en sloeg dan een weg in die me weer weg van de kust voerde de bergen in. Op een of andere manier voelde ik me altijd opgelucht als ik van die kust wegreed. Vooral dan als ze toeristisch overlopen was. Avo Prines, Kastelli Fourny. Waren kleine bergdorpen, waar niets en toch alles te zien was. Mooie stille Kretenzische dorpen waar geluid ver droeg, en niet deel was van een algehele geluidssoep .

In Fourny hoorde ik al dwalend door de straatjes ergens vrouwenstemmen, bovenop het geluid van een zekere vorm van bedrijvigheid; geklop, geritsel. Ik ging kijken en vond er onder een half afgesloten afdak, drie vrouwen die amandelnoten uit hun harde bolster aan het slaan waren. Ik had nog altijd een repel oude T-shirt rond mijn hoofd, die ik in het klimmen had omgedaan, om mijn zweet op te vangen. Een van de vrouwen keek mij aan en zei de anderen aanstotend, daar heb je Agios Stephanos. Tenminste zo klonk dat en dat van die heilige had ik goed verstaan. Met z’n drieën schoten ze in een lach die van ontbrekende tanden was. Ik verbeterde en zei dat het Agios Ioanninos was. Ook dat viel in goede aarde. Ik gebaarde dat ik hier op de podilato was. Dat geloofden ze best en ik kreeg een handvol amandelnoten aangereikt. Daarna hervatten ze hun werk. Ze hadden handen die dat soort werk gewoon waren. Fourny lag in een kleine hoogvlakte. Ik moest dus eerst weer over de rand.

SDSC_0062
 De kerk van Fourny.

Ik kruiste de grote weg en daalde af naar Neapoli dat op mijn weg naar de Lassithi-Hoogvlakte lag. Ik reed de vallei in waar de stad lag.  6700 inwoners. Ik kwam vanzelf op het centrale plein waar de grote kerk was. De kathedraal van de Heilige Maagd, zetel van de bisschop en gebouwd op de plaats waar vroeger een Turkse moskee stond, die in 1827, waarschijnlijk in grote woede, werd verwoest. Op het plein voor de kerk stond een visboer met een pick-up zijn waar te slijten. Zijn vis lag in houten kisten en ik hoopte voor hem dat hij die snel kon verkopen, want veel koeling kwam er niet aan te pas, en vliegen vonden dat zeer aantrekkelijk. Het was ondertussen middag en ik ging in een van de eethuisjes een Griekse sla eten. Dat at ik vaak, omdat ik dan een berg verse groenten kreeg, vaak gesneden witte kool, met olijfolie wat kruiden en een stuk feta, brood toe. Als ik zo’n diep bord leeg had kon ik weer een heel eind verder en het kostte schier niks. In Neapoli was ook een museum, maar daar wou ik niet binnen, ik zat graag buiten, musea was voor slecht weer. Bovendien waren lokale musea vaak een beetje een besmuikte verzameling niets-zeggende artefacten.

TDSC_0007
Neapoli.

De klim die nu volgde naar Lassithi was alweer een stevige klus. Het was een heus bergpasje. De weg kronkelde zich in haarspeldbochten omhoog. De hoogvlakte werd omringd door de Oros Dikti, waarvan de hoogste toppen boven de 2000 m. gingen. Op de pas zag ik de vlakte voor mij liggen.

TDSC_0008
Lassithi, zonder molentjes.

Verwachtingen lopen wel eens op teleurstellingen uit. Molentjes met witte zeilen waren er niet te bespeuren. Dat verbaasde niet helemaal. Ik was ondertussen lang genoeg op het eiland om te weten dat water er werd opgepompt met motoren aangedreven pompen, waarbij ik me wel eens afvroeg waar al de zoet water vandaan bleef komen. De molentjes die vroeger, die functie hadden, waren ook hier door die lelijke pompen vervangen. Ik reed de vlakte in en rond, en merkte dat de molentjes ondertussen tot schroot waren herleid. De metalen geraamtes lagen her en der te roesten, in het beste geval stonden ze sporadisch nog recht, maar wind vangen met witte zeilen deden ze al lang niet meer. Ik deed voor mezelf een voorspelling, dat ze die molentjes toerist-gewijs in een of ander seizoen wel weer zouden oprichten. Als ik heden foto’s van Lassithi zie dan weet ik dat mijn innerlijke voorspelling is uitgekomen. Ergens stond in de begeleidende tekst:” De molentjes die U heden ten dage ziet, zijn er alleen maar ten behoeve van de toeristen. Misschien worden ze in het kader van de klimaatontregeling op een dag opnieuw geherwaardeerd. Aan de zuid-westkant van de vlakte, op de rand van de bergpas, stonden ook nog oude stenen molens, die vroeger dienden om graan te malen. Maar ook hier was het verval zich al aan het voltrekken. Sommigen stonden erbij als verbrokkelde tanden in een slecht onderhouden gebit.

TDSC_0022

Het liep alweer tegen vijven toen ik de vlakte achter me liet. Ik vond achter een kleine kapel een plekje voor de nacht. Veel plaats had ik er niet en ik moest zien dat ik gedurende de nacht niet in het ravijn rolde. Morgen zou ik weer afdalen naar de kust. Ik schatte dat ik binnen twee dagen terug in Iraklion zou zijn.

Categorieën reizen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit:
search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close