(Kreta) Langs de zuid-kust naar Ierapetra.

Tijd om mijn Kretenzisch verhaal verder te zetten en af te maken. Twee maal per dag wandel ik het blokje rond en dat gaat goed. Zo op het eerste zicht heeft de neurochirurg zijn werk voortreffelijk gedaan. Toch een beetje tovenaars. Ondertussen is het rond  is het 15 oktober 1992 – de reis zit ergens op de helft.  

Ik reed nu in een zig-zaggende beweging van Lentas naar Ierapetra, dat was een tocht van een drietal dagen. Ik reed dan weer eens langs de zee, dan weer de bergen in. Het was een tocht die mij zeer beviel. Het weer bleef stabiel, warm, of en toe flink wat wind, vooral tegen de avond. Maar wat mij uitermate verheugde was het minder toeristische aspect van rit. Ik voelde mij bevrijd van alle last, van alle moet-je-gezien-hebben items. Er was het contrast tussen de vruchtbare vlakkere delen en de woestheid en soms verlatenheid van de bergen. Dorpjes staken soms hoog boven een vallei uit en het was soms lastig klimmen. De dorpen waren stil, leken soms wel verlaten. Rook uit een schoorsteen, een teken van leven, daar werd waarschijnlijk iets gebakken. Ligortinos lag boven de glooiende hellingen die met olijfgaarden bezaaid waren. Hier en daar bijenkasten.

odsc_0023

Voor de deur van sommige huizen stonden olievaten vol druivenafval. Daar werd de Kretenzische raki van gestookt. Daar zou ik later nog kennis mee maken. Deze drank is niet te verwarren met de Turkse raki, eigenlijk mag hier geen puntje op de i staan, die dan uitgesproken wordt als een doffe e. Deze anijsdrank is dan weer verwant aan de Griekse ouzo. Neen de Raki waarvan hier sprake, kan je ook alleen maar op Kreta vinden, en smaakt een beetje als de betere straffe jenever. De nachten bracht ik door in een olijfgaard, achter een kerkje, achter een rotsblok, zoveel mogelijk uit het zicht. Dat is mijn devies als ik wild kampeer, zover mogelijk van de mensen weg. Je weet maar nooit wie er langskomt en ’s nachts wil ik gerust gelaten worden. Ook het fietsen ging me nu vlot af. De fiets die ik toen had was niet te vergelijken met de huidige generatie trekking-fietsen. Twee kamwielen vooraan, vijf kransjes. Het was soms trekken en sleuren om sommige steile stukken de baas te kunnen. In de bergen zelf had je passen en die kronkelden zich langzaam omhoog. Maar aan de kust en in de lager gelegen delen, liepen de wegen recht op recht en ook daar waren hellingen, op sommige daarvan was op de steilste stukken beton gegoten waarin dan ribbels waren gemaakt, dit om te voorkomen dat auto’s zouden slippen en stilvallen.

Tsoutsouros lag weer aan de zee. Strand een paar huizen, een enkele vissersboot. Koffie. Daarna weer even langs en boven de turquoise zee. Soms langs olijfgaarden waarin bomen van een paar honderd jaar oud beeldentuinen vormden. Grillige door de wind geteisterde silhouetten. De warme wind vanuit de zee gaf een zetje bergop. Kato Vianos beneden, Ano Vianos naar boven. De Oros Dikti in. Van ver was het alsof er een zak kapok in de bergen was uitgestrooid, met al die witte huisjes. Hier en daar een oranje dak of koepeltje. Authentiek Kretenzisch dorp. Pleintje voor de kerk waar mannen hun koffie drinken, de komboloi tussen de vingers voortbewegend. Heerlijk beeld op een zondagochtend.

odsc_0001

Hier gebeurde het. Het waren nog prehistorische tijden. Bankkaarten waren nog niet in zwang. Mobiele telefonie was nog ver weg. Dat hield in, dat ik voor een reis een schatting maakte van de kosten, daar een bedrag voor reserveerde en dat bedrag in baar geld in een reistasje stak, dat samen met mijn paspoort om mijn hals hing. In de loop van dag spaarde ik munten op, om des gevallen naar huis te kunnen telefoneren, vanuit een telefooncel. Dat deed ik daar, in dat aanminnige dorp. Drukke dorpsstraat, telefooncel. Ik legde het tasje en vervolgens de munten netjes op een rij op het schapje onder de telefoon. En zo vergat ik na het telefoneren dat tasje terug om mijn nek te hangen. Ik verliet de telefooncel en sprong op mijn fiets. 300 m. verder stokte mijn hart even, ik besefte plots dat ik mijn geldbuidel vergeten was. Draaien en terug. Paniek. Scenario’s voor wat als. Tot ik voor mij een man met dat blauw-groene tasje aan zijn hand de straat zag oversteken, hij hield het omhoog. Was duidelijk op zoek naar de eigenaar. Ik kon hem wel omhelzen. Bood hem een koffie aan en vloekte dat ik dat Grieks voor geen halve zin in mijn kop kreeg. Efcharisto, parakalo.

In de late namiddag ging het langs de grote verbindingsweg Iraklion-Ierapetra de berg af. Daar deed ik een stunt, die ik nooit meer zal herhalen. Het eerste stuk van die weg ging wat bochtig en voor mij reed een autobus, die in iedere bocht afremde en daarna traag weer optrok. Ik moest dus meer in de remmen gaan dan me lief was en ik ben die bus beginnen voorbijsteken. Toen ik halverwege was bedacht ik dat ik hier echt wel met mijn leven aan het spelen was. Mijn fietskader schudde lichtjes. Ik heb het gehaald, maar bedacht achteraf, dit doe ik nooit meer.

Ierapetra is de grootste stad aan de zuidkust. Grote boulevard langs de zee, lang strand. Griekse sla in een toeristenkeet, zij het zonder toeristen, met een glas retsina. Ik kocht er een T-shirt met een vliegende meeuw op gedrukt, want ik had dringend en propere nodig. Een plek om te overnachten vond ik achter een lage muur die van aan de boulevard naar de zee liep. Overnachten aan het strand, dat ging ik niet meer doen. Gelukkig bleven de steekvliegjes achterwege. Morgen zou het verder naar het oosten gaan.

Categorieën reizen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit:
search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close