(Kreta) Paleochora.

In de vroege ochtend daalde ik de laatste kilometers af naar zee, naar Paleohora. Het zal ondertussen 8 oktober 1992 zijn geweest. Het dorp lag op een schiereiland, langs beide kanten stranden. Het was er bijzonder rustig. Ik ging ontbijten in een bar. En genoot van het zicht op de zee. Later reed ik tot aan het einde van het schiereiland wat laverend door de straatjes. De eigenaars van een fiets- en motorverhuurbedrijf stonden er wat met hun duimen te draaien. Hier was het seizoen duidelijk voorbij. Witte huisjes met blauw geschilderde deuren en dito luiken. Langs de strandboulevard de obligate bars en restaurantjes, al bleef het hier beperkt. In de voormiddag ging het daarna in westelijke richting langs een smalle asfaltweg die op mijn kaart uitliep op een stippelweg. Ik wou proberen om daar langs de kust verder naar het westen te rijden. Tussen de bergen en de zee, waar het gedeeltelijk vlak was werd er voornamelijk aan tuinbouw gedaan. Tomaten, komkommers, eierplanten … vaak in plastic serres. Daartussen stonden boerenhuizen meestal ook witgekalkt met blauwe deuren. Een beetje een verrommeld landschap.

gDSC_0003

Bij één van de foto’s schreef ik later “Southern Comfort”, al had dat in dit geval niets met de film te maken. Meer met de sfeer, hier leefde de Kretenzische boer. Muilezel of pick-up, het vervoermiddel bij uitstek op Kreta, geparkeerd voor de deur. Far West. Misschien hoorde ik ergens onder mijn schedeldak wel de slide-gitaar van Ry Cooder.  Er lag nogal wat afval op Kreta, had ik gemerkt. Niet alleen zwerfvuil maar er waren op sommige plaatsen, in kleine verlaten valleitjes vaak storten. Plastic tassen en flessen, maar verder ook vellen plastic van stuk gewaaide serres. Het deed me aan Turkije denken waar afval ook rijkelijk werd gedumpt, in droge rivierbeddingen bijvoorbeeld. Ook toen maakte ik me daar al zorgen over. Tijdens die reizen vroeg ik me vaak af hoe het mogelijk was dat er van de Middellandse Zee nog water te zien was, dat niet alles vol plastic dreef. Latere reizen zouden mij leren dat alle landen aan de middellandse zee aan dit plastic-euvel leden.

Op hoop van zegen bleef ik de kustweg volgen, maar na een kilometer of tien was ik eraan voor de moeite. Aan het eind van de weg lag ook hier een stort en ging het asfalt over in gravel en keien. Ik ging toch door, maar een goeie kilometer verder kwam er een niet te fietsen smal pad. Het was te mooi geweest. Ik moest dus via een omweg door de bergen naar Moni Chrisoskalitisas rijden. Want dat was mijn volgende doel. Ik keerde dus terug naar Paleohora, waar ik tegen de middag aankwam, en reed daar terug de bergen in. Had ik de kustweg kunnen volgen dan was ik tegen de avond waarschijnlijk aan het klooster geraakt, maar dat zou nu wel niet het geval zijn. De weg door de bergen was drie keer zo lang. Erg vond ik dat niet, af en toe aan de kust komen was prettig, maar door de bergen karren langs soms eenzame wegen was dat zeker ook.  En dus trok ik mezelf weer omhoog. Mijn arbeid werd beloond met alweer een prachtige trip. Ook hier was het landschap behoorlijk geaccidenteerd, te beginnen met alweer een kloof.

gDSC_0008

Ik kwam in Kandanos. Het bergdorp had een vrij grote kerk. Er waren ook gedenkplaten om de doden van de tweede wereldoorlog te gedenken. Het dorp werd namelijk door de Duitsers uitgemoord en volledig verwoest als represaille voor het doden van 25 Duitse soldaten door vrijheidsstrijders. Oude huizen en bijzondere architectuur trof ik dus niet meer aan. Maar er was een klein restaurant waar ik een Griekse sla at. Behalve de locals was ook hier weinig volk. Een oranje open huurautootje reed voorbij. Zongebruinde mensen in zomerse kledij op weg naar Chania. Na het eten ging mijn tocht verder. De weg was schier verlaten op een enkele pick-up na en het landschap woest en leeg.

gDSC_0011

De bergen gingen in gradaties over van grijsgroen over grijs over grijsblauw om aan de einder bijna op te lossen in het blauw van de hemel. Mijn ziel werd gewassen en gebalsemd. De weg was lang en kronkelig, soms ging het asfalt over in gravel. Soms leek ik amper vooruit te komen. Dat was natuurlijk psychologisch, en tijd was weer zeer relatief. De nacht bracht ik ook in de bergen door, op een plek die in mijn geheugen geheel is gewist. Een beschut plekje achter een rots of een kerkje zal het geweest zijn, of op een plateau boven de weg. Zorgeloos in ieder geval. De hobbits hielden mij gezelschap.

Categorieën reizen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit:
search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close