(Kreta) Terug naar de zuidkust.

Ik reed terug in zuidelijke richting. Na de stad moest ik eerst mijn loomheid opzij werken. Dat gaat vaak zo, na wat slenteren, het duurt even voor je weer op bedrijfstemperatuur bent. Bovendien was het een heel warme dag. Vooral na de middag kon de zon aardig steken. Maar al snel was ik weer één met de machine genaamd fiets, en dat vond en vind ik nog altijd een van de mooiste uitvindingen die de menselijke geest heeft voortgebracht.  Via Fournes kronkelde de weg zich weer de Lefka Ori in. Mijn benen blonken van het zweet en ik had een versleten T-shirt in repels gescheurd om er hoofdbanden van te maken, want het zweet liep mij rijkelijk in de ogen. Het zout begon dan te pikken zodat de omgeving iets al te flou werd. Niets tegen wat flou artistique maar in deze toch beter te vermijden, kwestie nog te weten waarheen ik reed. Het was een lange trage klim.

FDSC_0018

Ik reed tot Lakki, waar ik een kamer boekte in een klein hotelletje. Ik kon de fiets niet binnen zetten, dus maakte ik hem vast aan een paal en nam mijn voorwiel mee naar mijn kamer. ’s Avonds at ik in het restaurant. Ik scheen de enige logé te zijn. Ik zat nu boven de ingang van de Samaria-kloof, één van de grootste toeristen attractie van Kreta. Probleem was dat ik daar alleen te voet in kon, beneden kon ik dan de boot nemen naar Sfakia en dan met een bus weer tot hier zien te raken. Dat leek mij allemaal wat te omslachtig. s’ Morgens hoorde ik, nog liggend in bed, de ene bus na de andere naar de kloof rijden. Bij het ontbijt had ik helemaal het gevoel in een oud-mannetjeshuis te zitten.

Op een kwartiertje was ik bij de ingang van de kloof. Daar stonden aardig wat bussen en auto’s geparkeerd. Ik hoorde zingen en roepen daar beneden. Aan de ingang was een kassa. Betalen om in de kloof te mogen stond mij toen zeer tegen. Ik had natuurlijk kunnen gaan en te voet terugkeren, als het tijd werd. Maar ik reed door. Op de hoogvlakte waar ik nu doorreed woei de wind stevig en floot een deuntje in mijn balhoofdbuis. Het was hier vrij desolaat. Een enkel huis waar wat honden blaften.

FDSC_0022

Ik moest flink op de trappers staan want de wind zat tegen. Ik had een T-shirt zonder mouwen aangedaan en dat bleek later niet zo’n goed idee. De stukken van mijn armen waar weinig zon aankomt, verbrandden op een niet al te gezonde wijze. Maar dat zou ik pas de volgende dag echt merken. Ik reed over een bergpasje, dat mij bijna over de top van de 1458 m. hoge bergtop Toupli voerde. Daarna ging het even naar beneden, ik reed door een klein dorpje, ging er in een lokale bar een kop koffie drinken. Daarna terug omhoog in de richting van de Appopiadi een hoogte van 1331 m, toen de weg afboog naar het zuiden en de afdaling richting kust was ingezet. Een soort herder op een motor, geweer over de schouder reed omringd door een kleine kudde schapen naar beneden in de late zon.

FDSC_0032

Ik reed nu richting Paleohora een stadje aan de zuidkust, maar dat was voor morgen. Ik vond een plekje voor de nacht in een bosje tussen een paar rotsblokken. Later op de avond werd er vlakbij geschoten. Ik hoopte maar dat men mij niet voor een vet konijn zou houden. De nacht viel in doordesemd van het geblaf van honden.

Categorieën reizen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit:
search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close