(Kreta) Vertrokken.

Het was nog altijd 3 oktober 1992, een zaterdag. Na de koffie en de inkopen sprong ik op mijn fiets.  Ik reed welgemutst de stad uit. Kreta is 250 km. lang, van Oostende naar Aarlen zeg maar, op zijn breedst 60 km. Daar zou ik het wel drie weken kunnen uitzingen, zonder vijf maal dezelfde weg te rijden. Iraklion was niet direct een plaats waar ik veel aandacht aan wilde besteden. Dat kon nog, later als ik tijd over had en ik terug naar de vlieghaven moest. Ik volgde de weg die langs de kust verder liep. Ook al was dat een redelijk drukke baan, het was de beste manier om de stad uit te komen en om aan het gevoel hier te zijn te wennen. Ik was nog altijd opgewonden blij dat ik hier rond reed en dat zou nog wel even aanhouden. Het was een beetje als verliefd zijn. Als de weg omhoog ging kon ik beneden de zee zien liggen. Volgens mijn kaart kon ik na een kilometer of vijf van de weg af, naar beneden naar de zee waar een klein dorp, Agia Pelagia, moest liggen. De weg naar beneden vond ik in ieder geval en die was verrekte stijl. Al snel kwam ik de bebouwing tegen, witte huisjes, en een sneeuwwit kerkje met blauw geschilderde koepels. Olijfbomen en grote agaven waarvan er sommige in bloei stonden.

DSC_0005
Prachtige Agave in bloei.

Schermvormige bloemen in trosjes op een robuuste stengel van twee, drie meter hoog. Het is zo’n plant en bloem waarvoor je wel in bewondering moet voor staan. De plant bloeit vaak pas na enkele jaren en sterft dan af. Ik liet me afzakken tot aan de zee. De Middellandse Zee. Ik ben een Middellandse-Zee-mens. Ik heb ooit nog eens gedacht van een tocht helemaal rond die zee te maken. Maar dat is ondertussen niet meer zo’n optie, politiek. Daar stond ik dan. De zee kabbelde rustig en turquoise aan mijn voeten. Het was er stil waar ik stond. Ook in het dorp was amper beweging. De zon scheen nu volop. Je kan in een roes komen door een paar glazen wijn te drinken, maar dit was een andere roes. De zee, de zon, de hele omgeving leken op dat moment de perfecte setting. Ik ging zitten op een rotsblok en at en dronk wat en genoot van de rust en de zee en de stilte. Wat later trok ik me weer in gang. Ik ging op zoek naar de weg aan de ander kant van het dorp, die me terug omhoog zou voeren, maar hoe ik ook zocht ik vond de weg niet. Dan maar langs dezelfde weg terug naar boven. Hard werken was dat. Ik had maar twee tandwielen vooraan en vijf achter. Kleine bergversnellingen zoals ik dat heden op mijn fiets heb, had ik toen niet. Ik sleurde mij, letterlijk trekkend aan mijn stuur, toch de berg op. Daar moest ik terug een stukje langs de grote weg om wat verderop een afslag binnenland in te vinden. Tegen de tijd dat ik boven was gutste het zweet van mijn lijf. Na een kilometer of twee kon ik alweer een secundaire weg nemen. Weer ging het omhoog naar een dorpje dat Axlosa heette. Het lag hoog op een bergrug.

DSC_0006
Axlosa.

Witte huisjes, met licht schuine pannen daken. Niet de betonnen rotzooi die je hier overal aantreft. Omgeven door olijfbomen en andere stugge bosschages, maquis. De bergruggen erachter begroeid met pokken plantgoed, als de rug van een overjaarse zeeschildpad. Zelf was ik een en al verwondering en bewondering en vooral vervuld van het feit dat ik alles kon bereiken op eigen kracht. Nu vervolgde ik mijn weg door het binnenland. Het moet gezegd, eender waar je bent op het Kreta, de zee is nooit ver weg. Op het meest centrale punt, max. dertig kilometer. Zoals altijd in zuiderse streken genoot ik van de geuren, de geuren van het zuiden. Het is waarschijnlijk een combinatie van warmte en begroeiing. Olijfbomen, oleanders, tijm, rozemarijn en andere stugge kruiden die hun geur in wulpse golven door de wind aanleveren. Ik was nog steeds in een verliefde roes. Ik zei het vele malen tegen mezelf, wat een wonder dat ik hier rondfiets, wat een verovering. Van Axlosa ging het naar het beneden, naar Fodele (Φοδελε), een dorpje dat als de geboorteplaats van de grote El Greco wordt genoemd. Al is Kandia ook kandidaat. Je zou voor minder ruzie maken. El Greco ging na een opleiding in de Griekse iconografie, naar Italië, waar Titiaan hem onder onder handen nam. Het zou een beetje zijn alsof ik na wat lummelen in de academie voor woord en muziek van Hoboken met mijn gitaar bij de grote Phillippe Catherine zou terecht komen. Ik zal U eens leren schilderen, zal Titiaan gezegd hebben. Daar is hij in geslaagd. Later verhuisde El Greco naar Toledo. Op een latere fietsreis heb ik daar zijn atelier bezocht. Niets bijzonders dat dorp, maar ondertussen reed ik verder door een oker en bruin geblakerd binnenland, met gedempte groene accenten.

Categorieën reizen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit:
search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close