En nog klimmen ook.

Manega – zondag 5 augustus 2018 – dag 42 – km 2696.

Om zes uur even wakker. Terug in slaap gesukkeld. Om 7.30 u. staan er twee mannen met honden wat naar mijn verblijf te kijken. Zondagmorgen, blijkbaar is dit een soort wandelpad voor de locals. Bongiorno. Op naar Manega voor een kop koffie.

Ze lagen gisteravond al blauwig op de achtergrond op de loer. De heuvels van het parco regionale dei colli Euganei. Daarachter ligt Padua en daar wil ik vanavond zijn.

1030592.jpg

Om mezelf te verwennen. Daarna nog amper een dag fietsen en ik ben aan zee, om mijn ontdekking van Venetië en omgeving te beginnen. De pijn in mijn heup slinkt. Dat maakt me alweer een stuk geruster. Verder is er natuurlijk de vlakte, in al zijn verschijningsvormen, de hitte en het soms harde labeur. Maar daar hou ik wel van. Geen zachte liefde, warm dat  wel. Liefde op het bot. Liefde in een alleen maar te verliezen gevecht. En dan is er vóór de heuvels het stadje Montagnana. Geheel ommuurd, 2 km. muur met 24 vierkante torens. Jezus halleluja, Jericho.

1030582.jpg

Binnen langs een van de stadspoorten. En dan in het hart van deze burcht een plein  een piazza aan de duomo waar je zonder aarzelen lyrisch van wordt. Haren omhoog, 38 graden en kippenvel. Italiaanse perfectie, schoonheid voor het hiernamaals.

1030567.jpg

Net niet in het midden een wit marmeren standbeeld. Het epicentrum. Rondom schitterende gebouwen en een bakstenen duomo die als een monoliet, contadictio in terminis, ik weet het, dit hele plein beheerst. Massief en toch luchtig de hoogte in.

1030570.jpg

Zondag, de terrassen onder arcaden zitten vol. Italië beweegt op zijn zondags. Er gaat nog aardig wat volk ter kerke. Knielen voor een schilderij van Veronese, inhet hoofdaltaar. Er wordt voor minder geknield. De rest drinkt koffie of een glaasje sprimante onder de arcaden. Rond in het stadje, maar weer eindigen op het plein, waar ik aan de stadskraan onder het beeld van Umberto ik weet niet de hoeveelste, mijn vaten vul. Er zit een man op de trappen. Een Pakistaan. Hij vraagt of het niet gevaarlijk is met de fiets zo reizen. We raken aan de praat. Ik zet me naast hem op de trappen. We praten, stukken uit elkaars leven. Het gaat oprecht en warm. Fijne ontmoeting. Hij wil terug, heimwee van de vreemdeling. We schudden elkaar de hand bij het afscheid, hij wenst mij gemeend een goede reis, ik wens hem good luck, hoe dan ook.

Wat mij nog het meest verbaast in deze hete vlakte, is dat alles zo groen blijft. Groen is de hoofdmoot, behalve in gemaaide of gerooide velden. Parasoldennen verschijnen ook steeds meer in het landschap, beetje grappige bomen vind ik. Fattorio’s, veel staan er leeg en te verkommeren. Zonde. Ik koop fruit op een marktje van den boer. Perzikken en pruimen. Zo lekker. Het sap spuit eruit. Ik zie het al gebeuren, ik zit met mijn vrouw aan tafel, zet mijn tanden in zo’n pruim, en zij krijgt een straal sap in haar rechteroog. Echt zo sappig, en nog op weer zo’n mooi plein ook.

De heuvels van Piemonte liggen nog vers in mijn geheugen. En het is nu nog warmer, 42 graden op de laatste thermometer. Ik bereid mij voor op de klim, van 25 naar 150 meter. Citroensap in mijn bidon met water. Even veel drinken en naar boven. En zoals verwacht, alweer een gore rotklim, en een lange. Tot Castelnuovo. Wijngaarden, olijfgaarden, sjieke villa’s en wijnhuizen, trattorias vol met Italiaanse families. Eten, drinken, praten en ik kruip verder omhoog. Van schaduw naar schaduw tot de verlossende afdaling komt. Bar, aan de voet van de heuvels. Ik boek een kamer voor drie nachten in Cassa di Peregrino. Ongeveer 100 euro voor drie nachten. Koopje voor een stad als Padua. Nu wat rommelen door voorsteedse lelijkheid. Maar dat zal wel meer gebeuren de komende dagen. Ik verlang al stilletjes weer naar de bergen. Dolomieten meer klank in mijn oor dan Venetië Ik slaap onder het dak. Smoorheet, airco van mijn kloten. Maar in het restaurant beneden laat ik me verwennen, doe alsof ik Versace in eigen persoon ben. Heerlijke Italiaanse keuken en een glas fijne prosecco. Mijn budgetmeter schiet omhoog. Maar even opzij het sobere leven. Ik sta met een Hongaarse man in de lift. Budapest zegt hij. Einde gesprek. Hongaars, agglutinerende taal, geen beginnen aan. Wassen is voor morgen.

Categorieën reizen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit:
search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close