Een Chti en Cols

Chabeuil – vrijdag 20 juli 2018 – dag 26  km 1583

Gisteravond gingen de boomkrekels hard tekeer. Het was precies jaren geleden dat ik ze nog had gehoord. In de krochten van mijn geheugen werd vanalles aangeboord.

Ik verlaat de wat uitgeleefde camping van Chabeuil met een lichte verhoging van de adrenaline. Nieuwe cols, nieuwe uitdaging. Achter mij de bergen van het Centraal massief, voor mij de Vercors, preambule op de Alpen. Cabeuil is een pittig stadje met een mooie ingangspoort en kerk met losse vierkante klokkentoren, massief als een donjon.

1020838

De weg begint meteen zachtjes te klimmen. Ik rijd aan de voet van de bergen van de Vercors, groene muur, waarboven kale rotsen als tanden van titanen uitsteken. Ik beland even op het parcours van de Tour. Mobilhomes langs de weg, tafeltjes waar mensen aanzitten. Praten, kaarten, drinken in afwachting van de karavaan. Er is een ploeg bezig zo’n boog op te richten, nog 20 km. tot de aankomst, een Vittel-boog. Ik stop even om wat te vragen over parcours en de tijden dat de weg wordt afgesloten. Een inwoner van het noorden, een echte Chti, weet het allemaal. En hij wordt helemaal enthousiast als hij hoort dat ik ook in Lens ben geweest. “Ah, j’ habite à Lènse, hein!” Hij wil me nog een fles vittel meegeven en of ik verder nog wat nodig heb? Ik leg hem uit dat mijn zakken in Chabeuil gevuld zijn en dat dat nu genoeg is om de komende cols op te rijden. Dat begrijpt hij en ik krijg een warme stevige hand geschud, et bon courage hein! Ook Belgen langs het parcours en een eenzame Noor. Dan sla ik de weg in naar St. Vincent de la Commanderie. Weg van de tour, waar ik de laatste jaren nog weinig mee heb. Ook hier heeft het grote geld zijn intrede gedaan, en met het grote geld de leugens. En met dat mannetje Froome heb ik niks. Emotieloos geraamte op een dure fiets. Ik zet er zomaar kwansuis Raymond Poulidor naast, eeuwige tweede, maar zo’n mooie mens. Eerst Anquetil moeten verbijten en dan stond daar mon dieu, die jonge Merckx. Mooie, door de tand des tijds, gelooide kapel St. Pierre, net voor het dorp, daarover een veld met zonnebloemen.

1020848.jpg

Barbiéres, hier begint de echte klim naar de eerste col. Ik sta op 460 m. en moet naar 1145 m. Col de Tourmiol, klein colletje, rustige weg. 13 km. Ik denk zo’n drie uur te moten klimmen. Ik houd  even de adem in en dan zet ik aan. Het is 12.45 u. Het begint langs een klaterend riviertje, kleine gorges. De col loopt goed, dat wil zeggen dat ik op een redelijke trapfrequentie tegen 5 à 6 km/u vooruit kom. Om de kilometer staat er een bordje, hoever nog, hoeveel stijgingspercentage en dat komt nooit boven de 7 uit. Zon, achter mij de hete vlakte van de Rhône, voor mij de bossen en daarboven de steile weiden met daaroven uistekende rotsen. Hoe hoger ik klim hoe mooier de zichten.

1020860

Om 15.10 u. ben ik boven. Dat vind ik goed gereden van mezelf. Op 10 minuten tijd is de afdaling voorbij. Lioncel. Koffie en myrtillentaart. Water bijtanken in de publieke toiletten. Abdij met mooie romaanse kerk. Niet heel groot, cistercienzers geweest. Vredig valleitje. Even verwijlen en op adem komen. Geen betere plek daarvoor dan een mooie abdijtuin.

1020874

De volgende stap gaat van 900 meter naar 1313 meter. Col de la Bataille en deze is niet zo vlot lopend. Door loofbossen naar de hoge bergweiden. De uitzichten zijn alweer loeiend mooi en om 17.45 u. heb ik de col gerond en sta ik in een woest berglandschap. Ondertussen is er regen in de maak. Ik moet even door een tunnel en daar al wat naar beneden staat het bordje van de col. Plateau d’ Ampli, heet het hiet, maar weinig plat aan.

1020878

Gebied van herders, van roofvogels  en wolven zouden er ook weer zijn. Dus hebben ze de Chien de Patou, zeg maar Pyreneese berghond weer bij de kuddes gezet. Ik wil hier ergens een plekje voor de nacht. Maar kamperen is hier verboden. Ik daal af tot aan een klein rustig keteldalletje en daar, Jacobus zij geprezen, staat een refuge waarin ik gratis kan overnachten.

1020885

Ik ben er helemaal alleen. Echt gezellig is het niet, maar ik ben best in mijn sas. Ondertussen is het grijs en winderig en beginnen lage wolken over de bergkammen te trekken. Terwijl ik op het terras nog wat wil schrijven begint het te regenen. Het regent de hele avond zachtjes. Ik eet wat en doe me de rest van avond te goed aan Umberto Eco. De slinger van Foucault, steeds verder zinken in de grotten van de Tempeliers. Voor de eerste keer deze reis grijp ik naar een warme trui en broek. Beetje bevreemdend hier alleen te zijn zonder enige verbinding met de buitenwereld. De nacht brengt zwaar onweer en de regen valt bij bakken en ik prijs me gelukkig met deze licht beschimmelde keet.

Categorieën reizen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit:
search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close