Politiestaat.

Ik hoor soms wel eens iemand roepen, we leven stilaan in een politiestaat. Is dat zo? Oh ja, er wordt steeds meer gecontroleerd, camera’s als overal loerende rattenogen. We zijn bereid om steeds meer van onze privacy op te geven ter onzer eigen veiligheid. We willen steeds minder risico’s, hoe klein ook, lopen. En in Antwerpen lopen “onze jongens” nog rond ter beveiliging van de Joodse buurt. Toch blijft “democratie” als woord en als principe in mijn hart en geest gedrukt. Brandmerk van een geboren westerling.

JDSC_0005
Op weg in Jordanië – 1998

Eén dag in mijn leven heb ik het mogen meemaken wat het zou kunnen betekenen te leven in een politiestaat. Letterlijk. In 1998 reed ik een maand met de fiets door Jordanië. De relatie tussen Israël en Palestina en de buurlanden waren toen als nooit te voren ontspannen, zeker in vergelijking met wat er nu aan de hand is. Een twee-staten-oplossing was nooit eerder zo bereikbaar. Ik was al even onderweg, van Aman naar Aquaba langs de Koningsweg. Maar als fietser en naar mijn inzicht vrij mens, maakte ik wel eens een uitstapje. Ik laat me in die dingen zelden leiden door vastgelegde, voorgekauwde reisadviezen. Tafilah. Ik moest er langs, en door om naar DANA te rijden. Natuurreservaat in wadi Dana, boven wadi Araba. In het gelijknamige dorpje zou ik kunnen overnachten in oude historische Bedoeïenen-huisjes. Dat trok mij wel. Overnachten was op die reis niet zo’n groot probleem. Droog, en ik had zelfs geen tent bij. Iets wat ik me achteraf en ook op sommige momenten tijdens de reis wel eens beklaagde. Muggen.

JDSC_0007
Kampje boven Wadi Mujib – achter een rots uit de wind. 1998

Net voor Tafilah, ik volgde op dat moment de Koningsweg naar het zuiden, stond een politiewagen langs de kant van de weg. Een van de agenten, obligaat besnord, deed teken te stoppen. Mijn paspoort werd gevraagd. Gezien in Aman alle nodige stempels waren aangebracht, geen probleem.

Er zijn van die ontmoetingen die je een ongemakkelijk gevoel bezorgen. Die agent had een blik en een air die me meteen tegenstonden. Mannetjesputter, heerser over een zelfverklaard universum. Ik had meteen een naar gevoel bij die man. Hij vroeg me in zijn gebrekkig Engels waar ik naartoe dacht te gaan. Ik zei naar waarheid, dat ik even naar Tafilah wou en later naar Dana, om daar te overnachten. Ik liet het zien op de landkaart op mijn stuurzak. Nu stond de politiewagen geparkeerd aan een zijweg, die ik lang niet van plan was om te nemen, ik moest volgens mijn kaart de Koningsweg volgen tot even voorbij het stadje en vandaar een zijweg naar Dana.

JDSC_0004
Thee en taart bij de brandweer van Madaba, dat was bij de politie niet het geval.

Overigens hing wat verderop een wegwijzer naar het reservaat. De agent sommeerde mij de zijweg te nemen waaraan zijn wagen geparkeerd stond. Ik wou eerst nog even tegenstribbelen. Maar ik had allang door dat die kloothommel – want dat werd hij op dat moment in mijn ogen – zijn zin wou doordrijven. Ik reed dus de zijweg in, licht verontrust, want die stond niet op mijn kaart, maar zo waren er wel meer weggetjes. Ik hield me voor, gelovend in de goedheid van de mens, dat hij de bedoeling had mij een kortere weg te tonen, al had ik daar zo mijn twijfels bij. Even later bleken die maar al te gegrond. Want ik was de zijweg nog geen honderd meter ingereden, toen ik de politiewagen achter mij zag rijden. Het was duidelijk dat ze me volgden. Aan een kippenkwekerij liep een man de straat over en voor alle zekerheid vroeg ik hem, een keuze makend uit de honderd woorden Arabisch die ik geleerd had, of dit wel de weg naar Tafilah was. Hij knikte bevestigend, zijn kin verheffend in de richting die ik moest volgen. De politiewagen bleef staan tijdens deze korte ontmoeting en volgde me weer toen ik mijn weg verderzette. Een onbehaaglijk gevoel bekroop mij. Maar na een korte tijd kwam ik toch in Tafilah.

JDSC_0009
Tafilah – Jordanië – 1998

Ik stopte aan een winkeltje om wat eten te kopen, en iets fris om te drinken. Het water in mijn bidons was altijd warm. De politiewagen reed traag voorbij en ik dacht dat ik ze kwijt was. Twintig meter verder bleven die twee staan. Godverdomme. Ik zette mij op de stoep en begon traag wat te eten, dronk traag mijn blikje fris leeg, in de hoop dat ze zouden oprotten. In het centrum van het stadje vond ik de weg naar Dana. Op die weg bevond zich ook een soort politiekazerne. Tot mijn opluchting zag ik de politiewagen daar binnenrijden. Oef, daar was ik vanaf. Al wat opgeluchter reed ik verder. Ik moest nu een hoogte over en dat was een behoorlijke klim met mooie vergezichten.

Ik was de stad nog maar net uit, toen ik door een andere politiewagen werd klemgereden. Consternatie, in mij borrelde een vorm van woede gecombineerd met een zekere angst op. Uit de auto kwamen twee politiemannen. Eentje, de oudste, van het gezette type, de tweede een eerder schriel mannetje met zo’n dun snorretje boven de lip. Ze wilden dat ik in de auto stapte, ik vroeg waarom? Ze zouden mij naar Dana brengen. Jezus, meenden die onnozelaars dat nu. Gedachten flitsten door mijn hoofd. Ik wou echt niet in een auto naar Dana gebracht worden, ik wou zelf die berg op en daarna afdalen naar het dorp en de Wadi en genieten van de prachtige zichten onderweg. Dus ik weigerde, zei dat ik naar hun land was gekomen om te fietsen. Het ergste wat me kon overkomen, zo flitste het door mijn hoofd, was dat ze me het land zouden uitzetten wegens balorigheid, dan had ik dat ook eens meegemaakt. Ze deden het voor mijn veiligheid, brabbelde de oudste in schier onverstaanbaar Engels. Hallo, ik had me de voorbije dagen geen moment onveilig gevoeld, en de dagen daarna zou dat ook het geval zijn. Ellende was dat die twee bijna geen Engels verstonden, dus van een redelijk gesprek kwam ook al niks in, in zoverre dat met dergelijke lieden kan. Zeer tegen hun zin stapten ze in hun wagen en begonnen mij te volgen, daar hadden ze van die besnorde potentaat waarschijnlijk opdracht toe gekregen. Dat hebben ze twee uur gedaan, want het ging omhoog, en om hen te jennen en in de hoop dat ze zouden afdruipen, stopte ik een keer meer om te eten en te drinken. Het ging naar hun gevoel zo traag dat het schriele mannetje mij, vanuit het geopende raam van de wagen, met gebaren diets maakte een beetje voort te maken. Dat had bij mij het omgekeerde effect. Nog een foto extra maken.

JDSC_0013
Op weg naar Dana – Jordanië 1998

Uiteindelijk, mijn zenuwen stonden behoorlijk gespannen, kwamen we boven op het bergpasje. Daar was alweer een politiepost. Ik zag de dikke en de dunne daar binnenrijden. Toch durfde ik niet hopen dat de begeleiding nu voorbij zou zijn. Ik begon naar beneden te rijden. En meteen begon er een blauwe jeep, deze keer met twee agenten in burger, mij te volgen. Het moet afgesproken spel geweest zijn. Alpha, papa, tango. Het was een helse afdaling, haarspeldbochten. Ik wist dat auto’s in deze vaak trager waren dan ik met mijn fietsje. Dus ik liet me gaan. Die twee achter mij  moeten in hun vehikel halsbrekende toeren hebben uitgehaald, want ze bleven netjes in mijn zog rijden.Wat ze in de bochten verloren, wonnen ze in de rechte stukken terug.

Dana, huisjes in restauratie, anderen gerestaureerd, een luxe-hotel. Dit was een toeristenoord in wording. Ik reed het dorp in en kwam een groep Nederlandse Toeristen tegen.

JDSC_0017
Dana – Jordanië – 1998

Jokers. Ze spraken mij direct aan. Ik, van mijn kant, barstte uit in een tirade tegen die-twee-klootzakken-die-mij-al-heel-de-tijd-volgden-en-dat-het-al-bijna-heel-de-dag-zo-was; en dat ik een onderkomen zocht. Ze troonden mij mee naar het huisje waar zij logeerden. Ik kan er die nacht blijven slapen. De avond bracht ik door in hun gezelschap, hen gadeslaand bij spelletjes die ze speelden. Ik sliep onder een kemelharen tent. Ik was net mijn slaapzak ingedoken, toen een van de agenten die mij gevolgd had, in het bed naast het mijne kwam liggen, met zijn kleren aan, in zijn leren jas. Allah, waar had ik dat verdiend. Ik vroeg hem waarom. Because of the political situation, God nog aan toe.

JDSC_0021

JDSC_0023
Boven: Wadi Dana bij zonsondergang – Onder: Omgeving Dana in de ochtend – Jodanië 1998

’s Anderendaags werd ik wakker en  dat CIA-type was weg. Ik moest terug een heel eind omhoog, ik keek regelmatig over mijn schouder, maar ik werd niet meer gevolgd. De twee volgende dagen dacht ik wel eens dat het een kwaaie droom was geweest. Wie zou mij geloven als ik dit verhaaltje ophing.  Maar na die twee dagen, in Petra, kwam ik diezelfde groep Nederlanders tegen. Zíj geloofden mij in ieder geval. Ze hadden namelijk langs kleine bergpaadjes van Dana, naar Petra willen stappen. Maar net toen ze het asfalt wilden verlaten kwam er en politiewagen naast hen gereden. Ze mochten het asfalt niet af, ze moesten op de rijweg blijven en zijn een hele dag gevolg, of begeleid zo u wil, door een armada elkaar afwisselende politiewagens. Je wil het niet meemaken, politiestaat.

 

Categorieën reizen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit:
search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close