Kaarten.

Mensen zijn vaak verwonderd als ze mijn stuurzak zien met daarbovenop mijn landkaarten. Tegenwoordig in een waterdicht hoesje. “Oriënteert U zich daarmee?” vroeg laatst iemand op een terrasje ergens in Frankrijk. Een gezicht vol ongeloof en verbazing. “Neen, dan reed ik geheid verloren, zonder GPS kan ik mijn weg niet meer vinden. Aan de draad. Mooi overzicht heb ik met mijn kaarten, van waar ik ben en waar ik heen ga. Daarbij komt dat de kaarten leggen, zoals ik dat eerder al eens genoemd heb, bijna even boeiend is als door de aanhangige landschappen fietsen. Dat gebeurt voor elke reis en dat gebeurt soms onderweg. Zoals bij mijn laatste tourtje met mijn stiefdochter, waar regelmatig al eens moest herzien worden. Een GPS is een handig ding. Dat ondervind ik als ik een adres moet vinden, of de juiste locatie van een camping of jeugdherberg. Het rode bolletje en het blauwe bolletje samen brengen. Dan is dat platte orakel in mijn stuurtas best welkom. Voor de rest vind ik zo’n GPS nogal claustrofobisch. Te eng en ik kan er niet met pennen en stiften op klooien en ik heb geen overzicht. Voor lui die de hele dag met de auto onderweg zijn en van het ene adres naar het andere moeten racen zal dat wel een zegen zijn. Die laten zich waarschijnlijk graag leiden door zo’n computergestuurde vrouwenstem. Las ik onlangs niet ergens in een krant:” Raadgevingen voor een geslaagde roadtrip” – dat was wel voor auto’s en motoren – maar toch … eerste raadgeving: gebruik kaarten, geen GPS.

kDSC_0001
Handig boek met kaarten van Michelin – kan ik lekker blaren uitscheuren. Hier nog een maagdelijke kaart.

Landkaarten openleggen en dan die kaarten lezen, da’s al de halve de reis. Ik kan mij daar lang in verkneukelen. Eerst een grote overzichtskaart openleggen, van Frankrijk bijvoorbeeld. En daar bruut-weg op aanduiden waarheen en hoe ik zal fietsen. Dan naar een gedetailleerder kaart, als die voorradig is, en het traject verfijnen. Soms zijn er alleen overzichtskaarten, voor Jordanië bijvoorbeeld moest ik het met één vouwblad doen. Hoe dan ook, een weg uitstippelen is prettige bezigheid. Na het uitzetten van de weg, met een blauwe stift. komt het meten van de afstand.

kDSC_0004
Stukje van mijn route naar Venetië, voor komende maand.

Doe ik met zo’n wieltje waarmee je over de kaart kan rijden, een curvimeter noemt dat dingetje en het is verrekt handig. Ik heb even met een digitaal toestelletje gewerkt, maar dat heb ik snel terzijde gelegd. Bloednerveus werd ik daarvan en ik vertrouwde dat ding voor geen meter. Enig ambachtelijk bezig zijn is me niet vreemd. Daarmee ligt niet alles vast-vast, onderweg kan er best aangepast worden, improviseren hoort er nu eenmaal bij. Vooral bergwegen zoeken is fijn. Bergpassen en de hoogtes en de welke zal ik nemen. Liefst de kleinere, maar dat is niet altijd evident. Ik voel het dan al in mijn benen. En dan is er na de reis het rood kleuren.

kDSC_0002
Rood gekleurd is gezien, nog veel meer niet gezien. Ruimte zat.

Een vriend van mijn broer noemt dat mijn Napoleon-complex. Niet dat ik mij zo’n geniaal veroveraar voel als de kleine Corsicaan, en doden vallen er gelukkig niet. Voor mij heeft het vooral de bedoeling om niet twee keer dezelfde weg of stukken te fietsen. Er is zoveel te zien en dus wil ik altijd wat nieuws. Bovendien is het vaak teleurstellend om weer eens op dezelfde plaats terecht te komen. Zo wou ik mijn stiefdochter Thorn, in Nederlands Limburg, het witte dorp tijdens onze trip niet onthouden. Jaren geleden ben ik daar met mijn vrouw langsgefietst. Mooi, rustig, altijd in mijn hoofd blijven hangen, ook om zijn bijzondere geschiedenis. Toen ik er deze keer aankwam was het er druk, volle terrassen en nog een aantal cafés en bistro’s bijgekomen. Een deel van het dorp was om veiligheidsredenen (?) afgesloten. Ook met mijn zoon tijdens een reis door Turkije heb ik het eens voorgehad. Twee jaar voordien was ik onder Safranbolu door een canyon gewandeld. Op het einde, een prachtige houten watermolen, vriendelijke mensen, thee. Toen ik er met mijn zoon aankwam was de molen en het huis verdwenen, geen plank stond nog overeind, en het water stonk. Op diezelfde reis was ook de Ihlara-vallei al zo’n teleurstelling. Daar was ik vijf jaar eerder doorgelopen. Alleen was ik daar, eens de ondergrondse kerken voorbij, met herders mijn brood en tomaten gedeeld. Nu liepen er groepen rond. Er stonden her en der zelfs tentjes met drankjes. Ik baalde. IJverig rood kleuren, en rood is gesloten terrein.

Categorieën reizen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit:
search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close