Charleroi – Maubeuge.

13 april 2018 – Hoboken – km. 0.

De zon schijnt, het begint dus mooi. Onderweg wordt ik aangesproken door iemand, een meneer, waar ik naartoe ga. Op het perron zijn ook mensen geïnteresseerd. 10.26 u. Trein naar Charleroi. Ruim fietscompartiment waar ik alleen heer en meester ben. Mooi zo. In Brussel komt een jonge vrouw, een buggy met kind voor zich uit duwend mijn compartiment binnen. Ze ziet er wat afgetobd uit. Einde rust. Het kind is wat sikkeneurig en moet door de moeder op allerlei manieren worden getroost. Het kind heeft een lastige dag, verontschuldigt ze zich. De trein zoeft verder. Of het een ATB is, vraagt ze, wijzend op mijn fiets. Ik probeer in mijn harige Frans wat uitleg te geven, zoekend en gravend naar woorden in mijn steeds onwilliger geheugen. Het kind is een meisje van presque deux ans. Ik lees wat. Ze vraagt waar ik woon. Ze wil duidelijk aan de praat raken. Anvers. En zo komt het gesprek op gang. Ze vertelt honderd uit. Turks-Koerdisch en nu woont ze in Brussel en haar parents wonen in Charleroi. Vader heeft twintig jaar van daaruit naar Duffel gereden, gespoord, om in de serres te werken. Nu heeft hij het in zijn rug. Mama heeft leukemie. Ze heeft donkere indringende ogen, zoals alle Koerden. Van die ogen die meteen schijnen door te dringen naar de diepte van je ziel. En dat het in Turkije oorlog is en dat ze dat niet kan begrijpen. Haar man heeft een bakkerij in Brussel. Het kind is ingeslapen. Ik mag haar wel, deze Koerdische. In het station van Charleroi zijn liften. Beetje aftands voor de rest, maar er zijn liften. We nemen samen de lift, lopen tot aan de uitgang, waar we hartelijk afscheid nemen. Au revoir. Ik rijd alras naast de Samber. En in al het roest van uitgebluste industrie vind ik een bordje voor een groene fietsroute. Charleroi uitrijden is een hallucinant spektakel. Oude hoogovens, fabriekshallen verroest, vergaan. Adembenemend, letterlijk en figuurlijk. In al dat roest werkt nog één fabriek. Er wordt oud ijzer uit een aak naar binnen geschraapt. Met zo’n kraan die in de vorm doet denken aan de kleine grijpertjes waarmee we vroeger op de kermis naar horloges visten, die we dan ook steevast misten.

1010040

Dat gaat zo een paar kilometer door. Rook, stank van verrotting. Aan de rand toch weer nieuwe fabrieken. Als mijn tocht hier zou eindigen, ik zou hem reeds als geslaagd beschouwen. Toch neemt stilaan het groen over. Niet meteen enthousiast maar stilaan, eerst nog wat verloren vlinderstruiken zonder kleur tussen ’t roest. Dan weiden, steeds meer bomen en dan wordt de vallei van de Samber een groene oase. Vanaf Landelies waar een prachtige abdijruine staat, van een abdij die vroeger een dorp was, is het gewoon mooi. De abdij wordt omgeven door leuke dingen voor de mensen en auto’s, jammer maar schijnbaar onontkoombaar.

1010068

De Samber meandert rustig verder en in iedere bocht ligt wel iets verrassend. De dorpen liggen soms boven de rivier soms er vlak naast. In het stadje Thuin, dat zoch met de toren van zijn belfort al een heel eind van tevoren aanmeldt, neem ik tijd voor een kop koffie, boven in de haute-ville. Het is een klim langs een steil kasseiweggetje dat weer eens tot nederigheid stemt. Daar op het plein voor het belfort heb je een mooi zicht op de benedenstad. Koffie en een praatje met een local. Bij het verlaten van het café duwt de patron mij nog drie extra chocolaatjes in de hand. Voor op de fiets. Bon voyage.

 

 Verder langs de ravel. Het gaat van de ene ecluse (sas) naar de andere. Ecluse nr. 3 – Maubeuge nog 26 kilometer. Het gaat langzaam. Een sterke zuid-westelijke luchtstroom houdt mij stevig op de pedalen. Tegen de wind in dus, en al de bochten van de rivier maken de weg ook niet korter. De dorpen blijven zich mooi spiegelen in het water. De grens over verandert het beton in grind. Jeumont heeft ook weer een deel weggekwijnde industrie. Dan weer groen. Tot Maubeuge. Bij het naderen van de stad wordt het gezeur van de auto’s luider. Gedaan met de landelijke rust. Ik ploeter door de stad op zoek naar de N2 waar de camping ligt. Een vriendelijke agent helpt mij bij mijn zoektocht. En dan kom ik eraan, camping gesloten. Er staat een Nederlander in een mobilhome voor de poort. Hij vraagt of ik hier in de buurt nog campings weet. Ja zeg, twintig kilometer verderop, maar daar rijd ik niet meer naartoe. Hij vraagt wat ik ga doen. Over de poort kruipen, en dat lukt aardig, en mij installeren. De nieuwe tent opzetten heeft toch nog wat voeten in de aarde. Leergeld. Maar ze is ruim en mijn stoeltje doet meteen dienst om wat zitten te eten en te schrijven. Jammer dat ik geen warme douche kan nemen. Drukke weg bovendien de N2. Dat wordt slapen met oordoppen. Vrijdag de dertiende, er moest toch iets verkeerd gaan.

Categorieën reizen

4 gedachten over “Charleroi – Maubeuge.

  1. En heb je toch nog kunnen slapen?

    De dag leest in ieder geval als geslaagd.

    Vriendelijke groet,

    Like

    1. Geduld, slapen komt pas na het schrijven.

      Liked by 1 persoon

  2. weer goed vertelt, ik zie het zo voor me

    Like

    1. Oei nog maar aan ’t begin. Ben bijna terug, nog veel leesplezier. Groet Michel.

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit:
search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close