Ondertussen in Nederland (2)

29 maart 2018 – donderdag – Leiden – Km. 242.

Gisteravond nog een hoop miserie gehad bij het schrijven. Door ergens verkeerd op mijn scherm te hebben gedrukt was heel mijn tekst en nog een andere naar de haaien. Ik vermoed dat het iets met vertalen te maken heeft gehad. Babylonische spraakverwarring.  Redigeren doe ik verder thuis wel. Maar toch was mijn keel even dicht gesnoerd. Beetje paniek. Godverdomme na al dat werk. Mooi al dat digitaal spul, maar voor je het weet is je werk naar de haaien. Dat ligt niet aan dat spul, hoor ik de echte al zeggen. Dat zal wel niet.

Toch niet al te best geslapen. Ontbijt staat klaar. Vanmorgen krijg ik ook de heer des huizes te zien. Een Hollander die verweg tot aan het plafond reikt. Keurig in pak, zit in de zetel op zijn iPad te schuiven en te tikken, beetje timide. Mijn gastvrouw moet inentingen gaan geven. Werkt in de jeugdzorg. Er loopt ook nog een Franse studente door het huis. Erasmus-uitwisseling, studeert psychologie. Moeilijk om een kot te vinden in Nederland, woningnood, en duur. Pakken. Meneer heeft mijn fiets al op de  oprit gezet, maar ik kan rustig aan doen. Om negen uur trek ik de deur achter me dicht. Droog en de zon schijnt, toch blijft het koud. Ik zet flink aan en ben al snel Leiden uit.

20180329_142006
Leiden uit.

Knooppunten zijn een mooie uitvinding, maar hier loopt het met die dingen toch soms behoorlijk in de soep. Een Nederlandse waarmee ik, bij vorige ritjes door dit koude kikkerlandje, aan de praat raakte, beweerde botweg dat die knooppunten er waren voor domme Belgen die geen kaart kunnen lezen. Ik heb die mevrouw de raad gegeven eens gewapend met alleen een  Michelin-kaart door onze stadstaat te fietsen, en bij uitbreiding door Henegouwen en Waals-Brabant, tot aan de Maas zeg maar. Nou daar had ze niet van terug. Waarom hebben we anders dat systeem bedacht. Omdat je anders in het rommelkot dat Vlaanderen heet met geen mogelijkheid (als fietser) de weg vindt. Hier gaat het als volgt: ik volg de knooppunten tot ik ze kwijt ben of de boel zo verwarrend dat ik liever de rode bordjes volg en op mijn kaart rijd. Maar waarom raak ik, domme Belg die krengen kwijt? Toegegeven dat gebeurt ook als ik door onze contreien fiets, vooral als ik weer eens wegdroom of in zware innerlijke discussies verwikkeld ben. Hier staan die bordjes echter ofwel tegen de grond of ze hangen vier meter erboven aan een verlichtingspaal en vaak ook nog eens aan de verkeerde kant van de straat. En voor de rest klopt de boel soms voor geen meter. Echt bijwijlen is ’t hopeloos. Misschien een manier om domme Belgen te jennen. Maar wat fietsinfrastructuur betreft over die Kazen niets dan goed. Fietsaustrades, met dat megalomane woord daar lachen ze hier eens mee. Vanuit dat perspectief gezien is Nederland één aaneenschakeling van fietsaustrades. Volgens mijn vorige gastheer komt dat omdat de Hollanders niet met de auto kunnen rijden.

Als ik stop om een foto te maken hoor ik achter mij iets blazen. Als ik me omdraai staat daar een gans met opgezette halsveren een beetje te dreigen. Na aan paar vriendelijke woorden en een stukje brood druipt ze, nog enigszins sikkeneurig af. Het blijft nog altijd koud, vooral in open stukken zit vaak een ijskoude wind. Maar de benen zijn goed.

In een open stuk, vlak, groen, drie molens op een rij. In gedachten even verwijlen bij Kinderdijk. Een fietser in korte broek tegen de wind in, kuiten als van een Brabants trekpaard. In het open landschap steekt een door een metalen constructie gesteunde soort buis schuin omhoog. Hier maken wij eeuwige sneeuw, artificiële skipiste. Wat gaan we nog allemaal uitvinden om het morrend volk ter wille te zijn. Knooppunten kwijt, verdwalen in een moderne mistroostige wijk. Nieuwe Stad. Neen hier zou ik niet willen wonen. Zo onpersoonlijk. Ook Zoetermeer is modern, een beetje als Rotterdam. Een koud-grijs hypermodern gebouw, ministerie van binnenlandse zaken en nog iets met de koning. Griezelige Orwelliaanse Architectuur. Een winkelcentrum maar geen cafeetje. Gelukkig volgt na de drukte de rust en de stilte van de Zoetermeerse plassen.

20180329_142104

Weids met al dat water, nog kale bomen, rietkragen, vogels te kust en te keur. Wat verderop staat een wipmolentje wat nutteloos, maar des te hovaardiger met zijn kop in de wind. Veel wandelaars, de grijze horde. Ik raak ze weer kwijt, de knooppunten. Verloren in weer  zo’n moderne wijk. Ik besluit dan ook maar op de kaart  verder te rijden. Tot Hazerswoude-Rijndijk vier kilometer drukke baan, fietsaustrade of fietsostrade, gruwelijke verbastering van een ander al decennia ingeburgerd woord. Eterij, alleen in Nederland te vinden, of in het kruiswoordraadsel. Boerenomelet, zo groot dat ik maar de helft op kan. De rest leg ik tussen nog twee sneden bruin brood, voor later. Ik probeer wat te lezen en te tikken maar de muziek, of wat daar moet voor doorgaan, is niet te harden. Vriendelijk dat wel. Het heeft even geregend. De luchten boven deze platte groene pannenkoek zijn vaak van een Turneriaanse schoonheid. De genialiteit van de Hollandse wateringenieurs komt hier in volle omvang tot uiting. Hoe gemalen er  voor zorgen dat het waterpeil op zijn verschillende niveaus gehandhaafd blijft. Soms heb je hier ook de indruk dat Holland drijft. Het lijkt wel of de huizen aan de waterkant op vlonders gebouwd zijn.

DSC_0100
Drijven tot we verzuipen.

Ik kom aan het Braassemer-meer. Een enorme waterplaat strekt zich voor me uit. Ik twijfel even of ik er wel rond zal rijden. Maar tijd zat, ik kan pas tegen twintig uur op mijn volgende adres terecht. In een mooie omtrekkende beweging met onderweg twee pontjes. Mooie kleine dorpjes met ophaalbruggetjes. De zon schijnt nu ook volop. Dit is genieten. Eén met de fiets, één met de omringende wereld. Soms kan het bijna niet mooier. Op weg nu naar Alphen aan de Rijn, langs het mooiste dorp op deze tocht, Rijnsaterwoude. Zo mooi als een dorp maar zijn kan. Eenden scharrelen rond in een rietkraag op zoek naar wat eetbaars.

DSC_0121
Rijnsaterwoude, de naam alleen al.

Nu gaat het recht op recht naar Alphen. Als ik het dorp – in Zweden zouden ze dit al driehonderd keer een stad genoemd hebben – inrijd, kom ik eerst weer in van die nieuwbouwwijken terecht. Op zoek naar het centrum. Moskeeën, niet zoals bij ons in een huis, maar nieuwbouw. Pure kitsch, een beetje zoals onze neogotische kerken. Maar in dit geval nog intensief gebruikt. Tegen zessen ben ik in het oude centrum. Nog twee uur zoek te maken. Pasta in “de Zaak” tegenover het theater. Best gezellig, wat lezen, wat schrijven. Buiten wordt het intussen weer koud. De zon is bijna onder. Om acht uur kom ik op mijn gastadres aan. Prettig om weer nieuwe mensen te ontmoeten en vooral bezig te zien. Mevrouw praat ononderbroken, de enorme T.V. staat aan, meneer telefoneert. Ik probeer de onderlinge verhoudingen in te schatten. Vanavond heet het luxe. Grote kamer, eigen badkamer. Even naar “de afspraak”, van gisteren, Raymond zegt weer zeer ware woorden. Het getal, alles is van het getal, hoe groter hoe beter. Maar zo zit hij niet ineen. Gelul over de Antwerpse Sossen. Den Tom zou een relatie gehad hebben met Liesbeth, en omdat hij het heeft uitgemaakt zou de partij van onze gouwleider hem absoluut willen nekken. Hoe klein kunnen mensen soms zijn. Antwaarpen op zijn smalst. Misschien zouden die onnozelaars zich eindelijk eens kunnen bezig houden met de problemen die er toe doen. En die zijn er genoeg. Moe na weer 90 km. fietsen. Slapen.

30 maart 2018 – vrijdag – Alphen aan de Rijn – Km. 332.

Om acht uur het bed uit. Ontbijten. Hij moet naar de kapper, de gepensioneerde schoolmeester. Beetje militair, met wat kromme rug. Maar bij het afscheid ontwaar ik in zijn blauwe ogen plots iets van warmte en vriendelijkheid. Misschien is hij ’t gedram van zijn wijf zat. Verstard in de loop der jaren. Zij gaat door. Ach, mensen. Knooppunt vier ligt vlakbij, maar na drie knooppunten loopt het weer verkeerd. Dus volg ik de rode bordjes naar Rotterdam. Fietsostrade. Boskoop, Waddinxveen, langs het Aar-kanaal. Twee bruggen van Willebroek. Pitstop in Nieuwerkerk aan de IJssel. Het paard heeft zijn stal geroken, geen houden meer aan. Je kan de teugels nog zo hard aantrekken.

DSC_0142
Waddingxveen.

Veengronden, lange stroken, verzopen langs de weg. Een vrouw loopt met haar fiets aan de hand voor mij uit. Lekke band. Nog ver? “Nog tot Kralingen” zegt ze. Dat is zeker nog vijf kilometer. Ik stel haar voor haar band te maken. Ze kijkt mij een beetje achterdochtig en tevens verbouwereerd aan. Nasi- madame. “Jij band maken?” zegt ze in dat fantastische Nederlands dat we van bij de Chinees kennen. “Als U wil.” We zetten haar fiets ondersteboven. En ik ga aan de slag. Het lek is snel gevonden. Maar haar achterwiel is nauwelijks nog die term waard. Losse spaken, eentje gebroken en rond een andere gewrongen.  Een mens staat soms versteld dat die dingen nog rijden. “Ja, ja binnen maand nieuwe fiets kopen” nasigoringt ze vrolijk . Zal nodig zijn, denk ik. Ze is wat blij dat ze dat hele eind niet te voet hoeft te doen. “Hoe jij heten?” “Johan” “Ikke Roekie” Ze biedt mij een zoete koek aan. Dag Roekie snel naar huis voor dat dat kreng weer gaat lekken. De octopus Rotterdam spreidt zijn vangarmen steeds nauwer rond mij. Boomse steenweg rode lichten gaan vanzelf op groen als ik eraan kom. Centrum. 12.00 u. Centraal station. Nog 43 kilometer gefietst. Pijn in rechter schouder, maar ’t valt wel mee. Koffie uit de Automaat. Mijn treinticket, fiets incluis kost mij 10 € minder dan in België. Goedkoper sporen? Op naar Holland. Luidruchtige studenten op de overvolle trein.

Antwerpen, bijna thuis. Na vijf dagen Nederland lijken de fietspaden hier, alle moeite ten spijt, meer op Romeinse Heirbanen. Waarom gaan de wegenbouwers voor ze eraan beginnen niet eens wat noordelijk op kijken. Voorbeeld vlak bij de deur. Neen meneer, wij doen dat op onze geëigende wijze. “We doen ons best”, hoor ik onze Vlaamse minister van mobiliteit, olijk kwekken “we weten dat er nog veel werk aan de winkel is.” Eerst nog even de sossen jennen, dat is belangrijk, en wat ganzenlever uit de rekken halen, dierenrechten hebben ook hun plaats. ‘k Heb het weer eens kunnen uitleggen in Nederland, hoeveel regeringen we hebben en hoe dat, voor zover ik het zelf begrijp, in zijn werk gaat. “En de Duitsers”, vroeg een Hollander. Daar hebben we geen last, die zijn met te weinig, ergens achter Eupen. “’t Moest nog maar eens oorlog worden” hoor ik mijn vader nog zeggen. De heer beware ons.

Thuis wordt ik ontvangen als een verloren zoon. Mijn vrouw heeft een heerlijke stoofpot gemaakt, ook al is ze moe. “Zot” zegt ze. Misschien heeft ze wel een beetje gelijk.

Antwerpen – Hoboken. Km: 382

 

Categorieën reizen

2 gedachten over “Ondertussen in Nederland (2)

  1. Blanche Eyckmans maart 31, 2018 — 6:56 pm

    Alweer zeer prettig om lezen;;;; al zijn wij dat van jou gewend!
    Fiets jij maar vrolijk rond en laat ons mee-genieten van de geleverde inspanningen, lekker onderuit-gezakt in onze luie zetel. Al ben ik wel een beetje jaloers op jouw belevenissen, zo af en toe…

    Like

    1. Fijn om te weten dat er mensen zijn die dit lezen, en ook wel leuk om te doen. Groet René.

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit:
search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close